Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Werkwijze Uitvoeringsorganisatie

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Informatie Technologie 2015 (GRIT)

1.. De Uitvoeringsorganisatie werkt binnen de kaders van het Bedrijfsplan en stelt jaarlijks in concept het Jaarplan (inclusief begroting) op voor het volgende jaar. 2.. Het concept van het Jaarplan wordt in het Directieoverleg goedgekeurd voor doorgeleiding naar bestuurlijke besluitvorming en daarvoor ingebracht in het Portefeuillehoudersoverleg. 3.. Het portefeuillehoudersoverleg stemt in met het concept van het Jaarplan en daarmee tevens om de financiële consequenties van het concept van het Jaarplan op te nemen in de conceptbegroting van de Gemeenten. 4.. De Gemeenten stellen het Jaarplan vast, gelijktijdig met het vaststellen van de gemeentelijke begroting voor het desbetreffende jaar. 5.. Op basis van het Jaarplan brengt het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie over een kalenderjaar twee keer een managementrapportage uit. De managementrapportages verschijnen in mei en september. De managementrapportages worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Directieoverleg en ter informatie aan het Portefeuillehoudersoverleg. 6.. De Centrumgemeente is bevoegd tot: het doen van uitgaven voor de aanschaf of wijziging van apparatuur of programmatuur zoals omschreven in het door de Gemeenten vastgestelde Jaarplan of waartoe middels een afzonderlijk besluit van het Directieoverleg is besloten; het doen van onvoorziene uitgaven die noodzakelijk, onvermijdbaar en niet uitstelbaar zijn om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. Verantwoording voor deze uitgaven vindt achteraf plaats door het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie in het eerstvolgende Directieoverleg en het Portefeuillehoudersoverleg. 7.. De risico's met betrekking tot de in artikel 4, lid 2 bedoelde apparatuur en programmatuur worden door de centrumgemeente verzekerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel