Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2016

1.. De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder a, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als genoemd in lid 1, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan tien euro (€ 10,00). 4.. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5.. De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of eerder indien de belastingplicht wordt beëindigd in de loop van het belastingjaar. 6.. Belastingbedragen van minder dan tien euro (€ 10,00) worden niet geheven indien het totale aanslagbedrag onder de tien euro (€ 10,00) blijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel