Landelijk én lokaal kijken we naar mogelijkheden voor deregulering. De gemeente heeft echter niet de vrijheid om landelijke regels te schrappen. Wanneer we echter de naleving van álle regels moeten bewaken, hebben we vele tientallen toezichthouders en handhavers extra nodig. Dat is ook niet wenselijk. Bovendien hebben we zo geen ruimte voor flexibiliteit, innovatie en experimenten met toezicht.
Een meer natuurlijk naleefgedrag vraagt om minder formele regels en een afname van het eerstelijns toezicht. Deze transitie vraagt om loslaten waar mogelijk, het toelichten van de noodzaak van de resterende regels en het consequent handhaven bij de bewuste overtreders. We bereiken dit door de toepassing van de handhavings- of reguleringspiramide uit de Meerjarennota 2013-2015.
We passen deze piramide toe om te komen tot de meest efficiënte en effectieve inzet van onze middelen. Tijdens de looptijd van dit meerjarenprogramma willen wij onze inzet in balans brengen met de beschikbare middelen. We zetten hierbij in op een heldere prioritering en een verlaging van de uitvoeringskosten. Hierdoor neemt de toezichtlast af bij de doelgroepen waarvoor dat mogelijk is.
Daarnaast informeren we hen over het nut en de noodzaak van de kaders en de ingezette middelen. Hierdoor neemt de bereidheid tot het naleven van de regels toe en ontstaat er draagvlak voor de maatregelen.
Onderdeel van de piramide is ook het verkrijgen van inzicht in het effect van de ingezette middelen. Oftewel: halen we het doel dat we beogen met de inzet van de middelen? Eind 2015 starten we daarom een onderzoek om het effect te meten van de ingezette middelen op het naleefgedrag.
Om te bezien welk instrument het meest effectief is, moeten we dicht bij de betreffende doelgroep staan. We gaan daarom in 2016 het gesprek aan met bedrijven, wijk- en dorpsraden en partners. Zo komen we tot een drietal pilots, waarin we experimenteren met een andere manier van het inzetten van de instrumenten in de piramide. We onderzoeken vooral hoe het ‘loslaten’ van een doelgroep mogelijk is in combinatie met voorlichting en gedeelde verantwoordelijkheid. De ontwikkeling vindt primair plaats binnen de afdeling Toezicht en Handhaving. Na dit leerjaar bekijken we hoe we deze werkwijze kunnen uitbreiden naar de overige toezichthouders.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Deregulering en naleefgedrag
Onderdeel van Meerjarenprogramma Toezicht en Handhaving Breda 2016-2019