Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Het vaststellen van overtreding van de APV

Onderdeel van Beleid fietsparkeren

Een toezichthouder stelt vast of een (brom)fiets is geparkeerd in strijd met de parkeerregels volgens de APV / het aanwijzingsbesluit. Het vaststellen van overtredingen van de verbodsbepalingen in de APV vergt voor weesfietsen een extra handeling. Dit komt omdat weesfietsen, in tegenstelling tot andere typen verkeerd geparkeerde fietsen (fout/gevaarlijk geparkeerd, fietswrak), uiterlijk niet als zodanig herkenbaar hoeven te zijn. Aan het uiterlijk van de (brom)fiets is immers niet automatisch af te zien hoe lang de (brom)fiets op die plek is geparkeerd. Om er achter te komen welke fietsen de maximale parkeertermijn hebben overschreden (de weesfietsen), worden de (brom)fietsen in het beheergebied ‘gelabeld’ door het bevestigen van een sticker om zowel een spaak als om een vast deel van de (brom)fiets. Het label breekt als de (brom)fiets wordt verplaatst. Na de maximale parkeertermijn van 28 dagen kan van de fietsen die nog een label hebben dat intact is, worden geconstateerd dat zij de maximale parkeertermijn hebben overschreden en dus ‘in overtreding’ zijn. Informatie op de sticker / het label: Datum: de datum en het tijdstip van het uitreiken van de beschikking / het aanbrengen van sticker/label. Overtreding: Het is op grond van artikel <nog te bepalen> van de APV verboden een (brom)fiets langer dan 28 dagen te parkeren in een fietsenrek of fietsenstalling. Verplaatst u uw (brom)fiets niet, dan begaat u een overtreding. De gemeente  verwijdert dan de (brom)fiets en verhaalt de kosten op de eigenaar/houder. Naam: de naam van de toezichthouder/gemandateerde en contactgegevens.

Rechtspraak bij dit artikel