Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Het bieden van gelegenheid om de overtreding te herstellen (begunstigingstermijn)

Onderdeel van Beleid fietsparkeren

Als een overtreding van de fietsparkeerregels APV is geconstateerd, moet doorgaans een begunstigingstermijn worden geboden voordat een (brom)fiets wordt verwijderd en afgevoerd. Een begunstigingstermijn (of hersteltermijn) is een bepaalde periode waarin de eigenaar van de (brom)fiets de gelegenheid krijgt om de overtreding te herstellen voordat de (brom)fiets wordt verwijderd. De duur van de begunstigings-/hersteltermijn verschilt per type overtreding van de fietsparkeerregels: Bij gevaarlijk geparkeerde fietsen moet afgezien worden van een begunstigingstermijn. De situatie is spoedeisend. Om het gevaar weg te nemen, moet de (brom)fiets direct verwijderd worden. Verwijdering kan bestaan uit het beëindigen van de overtreding door deze bijvoorbeeld op een niet gevaarlijke of hinderlijke plaats neer te zetten. Er hoeft bij gevaarlijk geparkeerde fietsen vooraf ook geen beschikking uitgereikt te worden, maar wel achteraf. Bij een fout geparkeerde fiets, waarbij er geen noodzaak is voor spoedeisende verwijdering, dient de begunstigingstermijn enerzijds lang genoeg te zijn om de eigenaar van de (brom)fiets in staat te stellen de overtreding ongedaan te maken en de (brom)fiets op de daarvoor aangewezen plaatsen neer te zetten. Anderzijds moet de begunstigingstermijn niet zo lang zijn dat er de facto sprake is van het gedogen van het fout parkeren van de (brom)fiets of dat dit voor anderen de aanleiding kan zijn om hun (brom)fiets ook buiten de daarvoor aangewezen voorzieningen of plaatsen te parkeren. Het is redelijk om in een stationsgebied een begunstigingstermijn van maximaal 24 uur aan te houden. In het geval van een weesfiets is een begunstigingstermijn van 24 uur acceptabel. Ook voor een fietswrak kan een begunstigingstermijn van 24 uur aangehouden worden.

Rechtspraak bij dit artikel