**1..** Op grond van artikel 3 lid 1 van de verordening draagt het college zorg voor de inzet van jeugdhulp na een digitale of schriftelijke verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een zorgaanbieder, als en voor zover genoemde zorgaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.
**2..** De zorgaanbieders die de inzet van jeugdhulp nodig vindt stelt het college bij aanvang in kennis van de verwijzing door een huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een maatwerkvoorziening, zoals beschreven in artikel 3 lid 1 van de verordening.
**3..** De zorgaanbieder beoordeelt op basis van het principe 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur, welke jeugdhulp nodig is.
De zorgaanbieder beoordeelt hoe vaak en hoe lang de jeugdige de hulp nodig heeft.
De zorgaanbieder zal zijn oordeel mede baseren op de protocollen en richtlijnen die voor een professional de basis van zijn handelen vormen.
De zorgaanbieder houdt zich aan de afspraken met de gemeente en de voorwaarden die de gemeente stelt.
**4..** De zorgaanbieder verstrekt bij afsluiting van het hulptraject rapportage over het verloop en resultaat van de hulpverlening aan zowel de gemeente als de betreffende huisarts, medisch specialist of jeugdarts.
Bij langdurige, meerjarige hulptrajecten verstrekt de zorgaanbieder tussentijds rapportage over de voortgang aan zowel de gemeente als de betreffende huisarts, medisch specialist of jeugdarts. In nadere werkafspraken zal dit worden uitgewerkt.
**5..** Indien de zorgaanbieder van oordeel is dat de inzet van jeugdhulp door de zorgaanbieder niet geleverd kan worden of niet passend is, kan de gecontracteerde zorgaanbieder ofwel terugverwijzen naar de huisarts dan wel contact opnemen met de gemeente.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Onderdeel van Nadere Regels Jeugdhulp gemeente Lingewaard 2015