1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
perceel in feitelijk gebruik neemt.
5.Aanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de
toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één
aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.
Hoofdstuk III
Artikel 16
Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016