Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting

De belasting wordt geheven per vestiging naar de oppervlakte in vierkante meters van de openbare aankondiging, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Indien meerdere gebouwde percelen of delen daarvan naast elkaar gelegen zijn, onderling verbonden zijn en tezamen en met dezelfde naamsduiding worden gebruikt door één belastingplichtige, geldt dit als één vestiging. 3.Indien dezelfde belastingplichtige een aantal niet naast elkaar gelegen gebouwde percelen of gedeelten, waarop reclameobjecten zijn aangebracht, in gebruik heeft, worden deze aangemerkt als afzonderlijke vestigingen. 4.De reclamebelasting bedraagt, per aankondiging, per jaar: Oppervlakte Aangebracht op industrie- of bedrijventerreinen Elders in de gemeente minder dan 0,2 m² € 38,43 € 76,86 0,2 tot 0,5 m² € 51,31 € 102,62 0,5 tot 1 m² € 65,95 € 131,91 1 tot 2 m² € 76,96 € 153,92 2 tot 3 m² € 89,94 € 179,88 3 tot 5 m² € 102,52 € 205,03 5 tot 10 m² € 161,10 € 322,19 10 m² of meer verhoogd voor elke 1 m² of gedeelte daarvan boven 10 m² € 6,41 € 12,83 Gedeelten van de in de tarieventabel vermelde tijdseenheden en heffingsmaatstaven worden als een geheel gerekend. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reclamebelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Rechtspraak bij dit artikel