De stadsbouwmeester legt de gemeenteraad eenmaal per jaar
een verslag voor van de door haar onderscheidenlijk hem
verrichte werkzaamheden. In het verslag wordt ten minste
uiteengezet op welke wijze zij onderscheidenlijk hij toepassing
heeft gegeven aan de criteria, bedoeld
inartikel 12a, eerste lid,
onderdeel avan de
Woningwet.
De
dorpsbouwmeester
kan in zijn
jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk
ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de
gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.