Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening 2006

1.. Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen. 2.. Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze: woont in een straat waar belanghebbendenparkeerplaatsen aanwezig zijn en niet beschikken over een eigen garage, een eigen parkeerplaats of een parkeerplaats op particulier terrein; een bedrijf uitoefent in een straat waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang van diens bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in een straat, in de directe nabijheid van de vestiging, een motorvoertuig te parkeren. 3.. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden. 4.. Het college kan in afwijking van het gestelde in het tweede lid nadere regels stellen. 5.. Het college kan aan een vergunning ook andere voorschriften verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

Rechtspraak bij dit artikel