Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen degenoemde termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist ofonvolledig waren.