Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang;
het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordende woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 3.3.5
Weigeringsgronden
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Waterland 2016