**1..** Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:
2,2 personen bij een pleziervaartuig met een lengte van ten hoogste 10 meter;
2,0 personen bij een pleziervaartuig met een lengte van meer dan 10 meter;
tweederde van het aantal slaapplaatsen bij zeilende bedrijfsvaartuigen.
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:
14 voor pleziervaartuigen met een lengte van ten hoogste 10 meter;
16 voor pleziervaartuigen met een lengte van meer dan 10 meter
26 voor zeilende bedrijfsvaartuigen.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting 2016