**1..** De subsidieverstrekking kan worden geweigerd of tussentijds worden beëindigd indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:
de subsidieverstrekking niet past binnen het kunst- en cultuurbeleid van de gemeente Maastricht;
het meerjaren-beleidsplan (en de daaraan gekoppelde begroting) niet is gericht op de stad Maastricht en haar ingezetenen;
de instelling ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen (hetzij eigen middelen, hetzij middelen van derden) kan beschikken om de kosten van de activiteiten, zoals aangegeven in het beleidsplan, te dekken;
de middelen niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor het subsidie is aangevraagd;
de instelling doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit of uitvoert, die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde.
**2..** Een subsidie wordt geweigerd wanneer, door verstrekking van het subsidie, het subsidieplafond (zie artikel 6) zou worden overschreden. Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking, wordt beslist, geldt de verplichting uit de vorige volzin slechts, voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen, dan wel genomen had moeten worden.
**3..** Een subsidie kan voorts in ieder geval worden geweigerd of tussentijds worden beëindigd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
het beleidsplan niet of niet geheel kan of zal worden uitgevoerd;
de instelling niet kan of zal voldoen aan de aan de subsidieverstrekking verbonden verplichtingen;
de instelling niet op een behoorlijk wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent het uit te voeren beleidsplan en de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven, voor zover deze voor de vaststelling van het subsidie van belang zijn.
**4..** Een subsidie kan worden geweigerd indien de instelling:
in het kader van de subsidie-aanvrage onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvrage zou hebben geleid;
failliet is verklaard of aan haar surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
Artikel 5: