De vergunninghouder die in strijd handelt met het bij of krachtens deze
nadere regels bepaalde of zich aan wangedrag of bedrog op/ bij de
standplaats schuldig maakt, de toezichthouder in de uitoefening van zijn
taak belemmert, dan wel direct of indirect de orde verstoort of in gevaar
brengt, kan door het bestuursorgaan mondeling worden gelast zjin standplaats
onmiddellijk te ontruimen.