Naar hoofdinhoud

Afdeling 2.

Artikel 4.

Weigering van de aansluitvergunning

Onderdeel van Aansluitverordening riolering 2016

1.. Een aansluitvergunning kan worden geweigerd in het belang van de bescherming van milieuwaarden, de volksgezondheid of wanneer het om technische redenen bezwaarlijk is de gevraagde aansluiting te realiseren. 2.. Er is in elk geval sprake van strijd met het belang van de bescherming van milieuwaarden, indien de aansluiting zou worden gebruikt voor de lozing van water in strijd met regels gesteld bij of krachtens de Wet milieubeheer; door de aansluiting gemeenschappelijke lozing zou plaatsvinden van afvalwater, bronneringswater, hemelwater of drainagewater op een gescheiden stelsel. 3.. Er is in elk geval sprake van technische bezwaren indien: realisering van bouwwerkzaamheden op het perceel in strijd zou zijn met regels gesteld bij of krachtens de Woningwet; het verschil tussen de ligging van de binnenonderzijde van de perceelsafvoerleiding en de binnenbovenzijde van het openbaar riool minder is dan 200 mm vermeerderd met het benodigde afschot van de aansluitleiding; de bovenzijde van een lozingstoestel lager ligt dan 150 mm boven de kruin van de weg waaronder het openbaar riool ligt, tenzij maatregelen worden getroffen om terugvloeien van het water in een lozingstoestel te voorkomen; anders dan in een nieuw aangelegde omgeving de capaciteit van het openbaar riool onvoldoende is voor de voorziene lozing; aansluiting wordt aangevraagd voor de permanente lozing van niet-verontreinigd drainage- of bronneringswater in een deel van de gemeente waar het openbaar riool niet is bestemd voor de afvoer van drainage- of bronneringswater; aansluiting wordt gevraagd voor de lozing van hemelwater in een deel van de gemeente waar het openbaar riool niet is bestemd voor de afvoer van hemelwater.

Rechtspraak bij dit artikel