1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben
dezelfde betekenis als beschreven in paragraaf 1.1 van de Wet werk en bijstand en in de Algemene wet
bestuursrecht.
In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
hulpbehoevende: degene die, indien hij niet tezamen met een ander persoon de woning zou
bewonen, zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp zoals verzorging in een bejaardentehuis of in
een andere inrichting ter verpleging of verzorging. Van hulpbehoevendheid is tevens sprake in
situaties waarin thuiszorg het alternatief is voor intensieve ambulante zorg of voor dagverpleging in
een verpleeginrichting;
c.woonlasten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende
huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de
huurtoeslag;
3.ontbreken van woonlasten: van het ontbreken van woonlasten is sprake als men
daadwerkelijk geen woonlasten is verschuldigd aan derden. Men woont dan b.v. in
een kraakpand.
4.woonlasten voldaan door derden: hiervan is sprake als er woonlasten voldaan
moeten worden maar men voldoet deze woonlasten niet zelf. Deze woonlasten
worden voldaan door derden b.v. de onderhoudsplichtige of de ouders.
5.indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende
som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde
hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te
betalen zakelijke lasten per maand, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan:
de kosten van opstalverzekering, de rioolrechten, het eigenaars aandeel van de
waterschapslasten. Het belastingvoordeel in verband met de te betalen
hypotheekrente wordt in mindering gebracht.
d.alleenwonende alleenstaande: de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander
zijn hoofdverblijf heeft;
e.medebewoner: de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning ook een ander zijn
hoofdverblijf heeft;
f.thuisinwonend kind: de medebewoner, die evenals de huurder of de eigenaar van een woning in
dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en die het kind is van de huurder of de
eigenaar dan wel van diens echtgeno(o)t(e);
schoolverlater: zoals beschreven in artikel 28 van de wet;
netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van
de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van nr 12.09 Verordening Toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand