**1..** In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:
a.
glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend
voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de
ondergrond daarvan bestaat uit cultuurgrond die
bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten behoeve van
de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede
begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van
glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
voor de kweek of teelt van gewassen, zonder
daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
gebruiken;
b.
ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
openbare eredienst of voor het houden van openbare
bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke
aard, een en ander met uitzondering van delen van
zodanige ruimten die dienen als woning;
c.
ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
waterbeheersingswerken die worden beheerd door
organen, instellingen of diensten van
publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander
met uitzondering van delen van zodanige ruimten
die dienen als woning;
d.
ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van
riool- en ander afvalwater en die worden beheerd
door organen, instellingen of diensten van
publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander
met uitzondering van delen van zodanige ruimten
die dienen als woning;
e.
werktuigen die van een ruimte kunnen worden
afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis
aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet
op zichzelf als ruimten zijn aan te merken;
f.
bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te
worden gebruikt voor de publieke dienst van de
gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden
gebruikt voor het geven van onderwijs;
g.
ruimten voor zover die bestemd zijn te worden
gebruikt ten behoeve van begraafplaatsen,
urnentuinen en crematoria, een en ander met
uitzondering van delen van zodanige ruimten die
dienen als woning.
**2..** De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel
f, bedoelde ruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover
de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht.
**3..** In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in
hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
woondoeleinden.
Hoofdstuk
Artikel 5
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van roerende woon- en bedrijfsruimten 2016