De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren
In afwijking van het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het einde van het parkeren, indien het parkeren aanvangt door middel van het aanmelden bij het centraal register
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend
Een naheffingsaanslag parkeerbelasting moet binnen de op de (digitale) factuur aangegeven termijn en op de daarop aangegeven wijze worden betaald.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van VERORDENING op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2016