In het Treasurystatuut 2016 wordt verstaan onder:
Betalingsverkeer
Het verrichten van betalingen en het incasseren van gelden.
Derivaten
Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices.
Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen als vreemd vermogen.
Geldstromenbeheer
Alle activiteiten die nodig zijn om het betalingsverkeer in te richten en uit te voeren.
Intern liquiditeitsrisico
Het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en de meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar;
Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kortlopende financiering
Financiering waarvan de rentetypische looptijd korter dan één jaar is.
Kredietrisico
Het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.
Langlopende financiering
Financiering waarvan de rentetypische looptijd langer dan één jaar is.
Liquiditeitsbeheer
Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitsplanning
Een gestructureerd overzicht van toekomstige inkomende uitgaande geldstromen ingedeeld naar aard en tijdseenheid.
Prudent
Zorgvuldigheid en behoedzaamheid van optreden bij het uitzetten van middelen en het afsluiten van derivaten, tot uitdrukking komend in een voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico van de uitzetting en derivaten.
Rating
Taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land bepaald door een ratingbureau.
Renterisico
Het risico op ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm
Een bedrag bij de aanvang van het jaar op basis van een ingevolge de wet Fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de gemeente dat bij herfinanciering niet overschreden mag worden.
Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.
Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.
Rentevisie
De toekomstverwachting over de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren op basis waarvan een financiering- en beleggingsbeleid wordt gevoerd.
Solvabiliteit
De mate waarin een organisatie op lange termijn aan zijn verplichtingen kan voldoen.
0%-Solvabiliteitsratio
Een status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend.
Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.
Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Wet fido
Wet financiering decentrale overheden