Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5.

Renterisicobeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2016

1.. Het renterisico op de netto vlottende schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet fido. 2.. Het renterisico op de vaste schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet fido. 3.. De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de rentevisie van de Nederlandse Bank. 4.. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de liquiditeitsplanning en de rentevisie; 5.. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 6.. Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel