Het College kan een belanghebbende die bijstand ontvangt op basis van artikel 1, onder b van de Participatiewet een tegenprestatie opdragen.
Het College draagt in elk geval geen tegenprestatie op aan:
De belanghebbende die aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie als bedoeld in deze verordening;
De belanghebbende die aantoonbaar mantelzorg verricht.
Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het College rekening met de volgende factoren:
het vermogen van belanghebbende om de tegenprestatie te verrichten;
de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden;
de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende.
Hoofdstuk › Hoofdstuk 3.
Artikel 4.
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Oude IJsselstreek