Naar hoofdinhoud
1.. Voor de toepassing van de wegingsfactoren die zijn genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Bpb wordt de zwaarte van de zaak beoordeeld. De wegingsfactor wordt berekend met inachtneming van de bewerkelijkheid en gecompliceerdheid van de zaak en de daarmee verband houdende werkbelasting. Een zaak wordt in beginsel aangemerkt als: zeer licht (0,25) indien: het om een verkeerde tenaamstelling gaat; het om een verkeerde adresaanduiding gaat; het om een verkeerde belanghebbende gaat; het om een verkoopcijfer van het object zelf gaat, dat vlak voor of na de waardepeildatum is gerealiseerd; het om een pro-forma bezwaarschrift zonder aanvulling gaat; het bezwaarschrift summier gemotiveerd is; licht (0,50) indien: de inhoud enig onderzoek vergt, maar het niet om een (juridisch) vraagpunt gaat, waarvoor een grotere (juridische) deskundigheid is vereist; de inhoud van het bezwaarschrift volledig of nagenoeg uitsluitend is gebaseerd op een bijgevoegd taxatierapport; gemiddeld (1,0) indien de werkzaamheden bestaan uit: een juiste vaststelling van de feiten; een onderzoek naar de waarde; een opgeworpen rechtsvraag. 2.. Voor de toepassing van de wegingsfactoren geldt in andere gevallen dan die genoemd in de onderdelen 1a, 1b en 1c een door de heffingsambtenaar per geval aan te wijzen categorie.

Rechtspraak bij dit artikel