1.Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen de gemeente
gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:
a.een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een
onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom,
bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
b.een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een
onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
noemen: eigenarenbelasting.
Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven,
aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die
het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
b.het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt
als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene
die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig
te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
3.Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig
in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 1
BELASTINGPLICHT
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2016