1.Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden een traject,
waarbij zonodig reïntegratie-instrumenten kunnen worden ingezet, of door
het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere
instanties.
2.Bij de inzet van reïntegratie-instrumenten wordt gekozen voor dat
instrument dat beschikbaar is en dat adequaat en toereikend is voor het
doel dat beoogd wordt.
3.Reïntegratie-instrumenten die gericht zijn op de arbeidsinschakeling
worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen
geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.
4.Van het vorige lid kan worden afgeweken als het college van oordeel is dat
dat nodig is om duurzame uitstroom te realiseren en het college dat
gewenst acht.
5.Personen uit de onder artikel 1, lid m genoemde doelgroep kunnen
aanspraak maken op:
-Begeleidingsactiviteiten om reïntegratietrajecten goed te laten verlopen.
-Bemiddelingsactiviteiten ten behoeve van de het realiseren van uitstroom.
-Plaatsingsactiviteiten ten behoeve van het verkrijgen van een reguliere
baan, gesubsidieerde baan, een vrijwilligersbaan, werken met behoud van
uitkering of een stageplek.
-Nazorgactiviteiten om de uitstroom een duurzaam karakter te geven.
Artikel 4
Vorm van de ondersteuning
Onderdeel van nr 12.11 Reintegratieverordening Wet werk en bijstand