Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Bestemmingsreserve en bestemmingsfonds

Onderdeel van Subsidiebeleidsregels 2016

1.. Een ontvanger van structurele subsidie kan, indien het college dat toestaat, een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds vormen. 2.. Wanneer een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds is gevormd, dan kan de subsidieontvanger deze reserve alleen met toestemming van het college bestemmen voor bepaalde uitgaven. 3.. Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds dient vergezeld te gaan van: het doel van de bestemmingsreserve of bestemmingsfonds; de omvang van de bestemmingsreserve of het bestemmingsfonds en de hieraan periodiek toe te voegen bedragen; een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan. 4.. De hoogte van de bestemmingsreserve of het bestemmingsfonds moet in redelijke relatie staan tot het doel van de reserve of het fonds. 5.. Wanneer de ontvanger van structurele subsidie toestemming heeft gekregen voor het vormen van een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds, dan mag alleen na toestemming van het college worden afgeweken van vastgelegde periodieke toevoeging van bedragen. 6.. Wanneer de ontvanger van structurele subsidie een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds heeft gevormd, dan wordt in de aanvraag tot subsidieverlening en in de jaarrekening de omvang daarvan gemeld. 7.. Het college kan aanvullende gegevens verlangen als die nodig zijn om een oordeel te vormen over de vorming van een bestemmingsreserve of bestemmingsfonds.

Rechtspraak bij dit artikel