1.De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een
peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
2.Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de voorschriften van deze verordening
niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
3.Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de houder in de gelegenheid van het
ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De
toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.
4.De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift
daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke
plaats.
5.De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan
openbaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 18
Het inspectierapport
Onderdeel van nr 12.12 Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Zevenaar