1.
Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris
ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij:
a.het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
raad;
b.dit het belang van de gemeente kan schaden;
c.de omvang van de gevraagde bijstand een
onevenredig beslag legt op de capaciteit.
2.
De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op
grond van het eerste lid geweigerd wordt.
3.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt
geweigerd deelt de secretaris dit met redenen
omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat
het verzoek heeft ingediend.
4.
De secretaris verstrekt de betreffende
portefeuillehouder in het college desgewenst een
afschrift van het verzoek.
5.
Indien (leden van) het college informatie wensen
over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud
van het gegeven advies, wenden zij zich daartoe
rechtstreeks tot het betrokken raadslid.
Paragraaf 1
Artikel 2
Verlenen van ambtelijke bijstand
Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Montferland 2016