Lid 1.
De persoon, aan wie een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van
een persoonsgebonden budget is verleend, is een bijdrage verschuldigd.
Lid 2.
Het bepaalde in de voorgaande lid blijft buiten toepassing als:
de maatwerkvoorziening bestaat uit een rolstoel;
het een maatwerkvoorziening betreft in gemeenschappelijke
ruimten van wooncomplexen;
de maatwerkvoorziening, een hulpmiddel is voor een
belanghebbende jonger dan 18 jaar.
Lid 3.
De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld
overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1, lid 1 van het
Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2016, zoals jaarlijks
aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en
bedraagt nooit meer dan:
de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura;
de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een
maatwerkvoorziening;
Lid 4.
De termijn van de inning van bijdrage voor een maatwerkvoorziening is:
gelijk aan de verstrekkingsduur van een maatwerkvoorziening in
natura, anders dan in eigendom;
gelijk aan de verstrekkingsduur van een periodiek
persoonsgebonden budget;
gelijk aan de termijn tot de kostprijs van de voorziening is
betaald, die in de toekenningsbeschikking van het
persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening is vermeld.
Lid 5.
De inning van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening stopt te allen
tijde bij het overlijden van belanghebbende of bij beëindiging van de
maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 5
Artikel 12.
Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2016