Naar hoofdinhoud
1.. Het Algemeen Bestuur stelt regels op omtrent de wijze waarop eventuele exploitatieoverschotten en -tekorten worden verdeeld over de deelnemende gemeenten en het vormen van reserves en voorzieningen. Het besluit waarbij deze regels worden vastgesteld behoeft een meerderheid van tenminste twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat tenminste 2/3 van het aantal leden dat een stem heeft uitgebracht voor het besluit heeft gestemd. 2.. Met inachtneming van het voorgaande lid wordt - zo nodig - in de begroting aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage, ter dekking van het geraamde tekort. Daarbij wordt met hantering van de door het Algemeen Bestuur op basis van het voorgaande lid gegeven regels uitgegaan van de cijfers van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de begroting wordt vastgesteld. 3.. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 1 februari de in het vorige lid bedoelde bijdrage. 4.. Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Rechtspraak bij dit artikel