1.De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar
subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commis-
sieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-
laties voor gemeenteklasse 2 (10.001 – 20.000 inwoners) vastgestelde maximum
(per 1-1-2015: € 62,56).
In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie
als raadslid of wethouder;
uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of
bestuurlijke hoedanigheid dan wel een functie bij een instelling die grotendeels
van overheidswege wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepe-
ring, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie in belangrijke mate het gemeente-
lijke belang dient.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als commissielid een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid van de Gemeentewet ontvangt.
4.De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid bij verordening een hogere vergoeding vaststellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Hoofdstuk II
Artikel 3
Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Son en Breugel 2016