Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2015

1.. Bij het beoordelen van de aanvraag om een maatwerkvoorziening neemt het college het verslag van het gesprek, indien dit is gemaakt, als uitgangspunt. 2.. Alle mogelijkheden van de cliënt om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp en zorg, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene, algemeen gebruikelijke of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te handhaven of te verbeteren, of te regelen dat hij geen behoefte meer heeft aan beschermd wonen of opvang, worden bij de beoordeling van de aanvraag betrokken. 3.. Of een cliënt voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperking in de zelfredzaamheid of participatie, dan wel ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving met psychische of psychosociale problemen voor beschermd wonen of opvang in aanmerking komt, wordt vastgesteld op basis van de volgende criteria: De cliënt is ingezetene van de gemeente Krimpenerwaard; Dat door een maatwerkvoorziening een passende bijdrage wordt geleverd aan de zelfredzaamheid of participatiemogelijkheden, waardoor de cliënt zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; Er geen voorliggende of algemeen gebruikelijke voorziening beschikbaar is; Er geen sprake is van voorzienbaarheid, waaronder kosten die de cliënt reeds voor het indienen van de aanvraag heeft gemaakt, tenzij: het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven; of het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; indien de voorziening langdurig noodzakelijk is met uitzondering van het genoemd in artikel 2.3.3 van de wet; de situatie van de cliënt dient (goed) te kunnen beoordeeld hetgeen betekent dat de cliënt voldoet aan de medewerkingslicht bedoeld in artikel 2.3.8, derde lid, van de wet; de cliënt, bedoeld in artikel 2.3.5, zesde lid, en 2.3.6, vijfde lid, van de wet, geen (mogelijke) aanspraak kan maken op grond van de Algemene Wet Bijzondere ziektekosten; de cliënt de voorziening niet vóór het indienen van de aanvraag heeft gerealiseerd of heeft geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of tenzij achteraf nog valt vast te stellen dat de voorziening noodzakelijk was en als goedkoopste adequate voorziening aan te merken valt; voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft niet eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. 2.. Het college verstrekt geen voorziening in de woning: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daar vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel