Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 26

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Noord-Limburg West

1.. Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven op, voorzien van een toelichting, en zendt dit ontwerp uiterlijk op 15 april van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, toe aan de raden. In de begroting wordt aangegeven de raming van de door gemeenten voor dat jaar verschuldigde bijdrage. 2.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.. De raden kunnen uiterlijk vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting en biedt het ontwerp tijdig aan het algemeen bestuur ter vaststelling aan. 4.. Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt, vast. 5.. Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur deze vóór 1 augustus ter kennisneming aan Gedeputeerde Staten en de raden, die binnen een maand na de datum van toezending schriftelijk aan Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan het dagelijks bestuur. 6.. Het bepaalde in het tweede, derde en vijfde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met dien verstande, dat toezending aan Gedeputeerde Staten plaatsvindt binnen twee weken na vaststelling van de wijziging. 7.. De artikelen 34 en 35 van de Wgr en de artikelen 208 en 209 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel