De belasting wordt geheven van degene die het gebruik heeft van een perceel:
dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, en/of
waarbij via dit perceel afvloeiend water direct of indirect op een gemeentelijke voorziening of combinatie van voorzieningen wordt afgevoerd, en/of
waarbij een direct of indirect belang tot nakoming van de gemeentelijke zorgplicht van het in artikel 2 lid a en/of artikel 2 lid b genoemde bestaat.
Met betrekking tot de belasting wordt als degene die het gebruik heeft, de gebruiker, aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt of persoonlijk recht gebruikt.
Voor het vaststellen van het gebruik door één of meer personen, als bedoeld in artikel 7 lid 2, wordt uitgegaan van het gebruik zoals dit zich voordoet op 1 januari van het belastingjaar.
Indien het gebruik van het perceel eerst in de loop van het belastingjaar aanvangt, wordt voor het vaststellen van het gebruik door één of meer personen, zoals bedoeld in artikel 7 lid 2, uitgegaan van het gebruik zoals dit zich voordoet op de eerste van de maand volgend op de aanvang van het gebruik zoals dit bij de gemeente bekend staat.
Ingeval een gedeelte van een perceel, niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4, voor gebruik is afgestaan, wordt als gebruiker aangemerkt degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.