De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
vanuit het perceel wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
bepaling.
De op voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
opgepompt water wordt alleen verminderd met de hoeveelheid water die
aantoonbaar niet als afvalwater is afgevoerd indien sprake is van
een bedrijf.
Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede, derde en vierde
lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het de hoeveelheid
afgevoerd water door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a van
de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van het
waterverbruik van vergelijkbare huishoudens en bedrijven.
In afwijking van het tweede lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water
van een perceel in de categorie horeca gesteld op 70% van het aantal
kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het
begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
perceel is toegevoerd of opgepompt.
In afwijking van het tweede lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water
van een perceel in de categorie horeca/sport gesteld op 85% van het
aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste
aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode
naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.
In afwijking van het tweede lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water
van een perceel in de categorie agrarisch bedrijf met dieren gesteld
op het totaal van het huishoudelijk afvalwater. Het huishoudelijk afvalwater wordt berekend op basis van 50 m3
per jaar per persoon woonachtig op het perceel. Voor de bepaling van het
aantal personen wordt uitgegaan van de situatie op 1 januari van het
betreffende belastingjaar.
In afwijking van het achtste lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water van
een perceel in de categorie melkveehouderij vermeerderd met het
bedrijfsafvalwater van de melkinstallatie. Het bedrijfsafvalwater van de
melkinstallatie wordt berekend op basis van 3,50 m3 per jaar per
melkkoe.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016