Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven,
niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in
hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor
vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens,
kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan
wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel
gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere
recreatieve doeleinden;
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere
verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele
kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak
bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere
recreatieve doeleinden, doch welke in bepaalde perioden van
het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur
aangeboden;
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat
bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar
plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of
stacaravan.
Het aantal personen dat heeft overnacht wordt met betrekking
tot:
vakantie-onderkomens en niet beroepsmatig verhuurde ruimten
bepaald op 3;
mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste
standplaatsen bepaald op 3;
mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen
bepaald op 3;
Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
overnacht wordt ingeval verblijf wordt gehouden in
vakantie-onderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten, mobiele
kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen, welke
geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden
gedurende een periode van:
ten hoogste drie maanden bepaald op 30
meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op
40
meer dan zes maanden doch ten hoogste negen maanden bepaald
op 50
meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op
60
ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
kampeeronderkomens
op niet-vaste standplaatsen bepaald op 365.
Het aantal mobiele kampeeronderkomens op niet vaste staanplaatsen wordt
vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het
belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode
van één maand.
Artikel 5.
Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2016