Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begrippen

Onderdeel van Participatieverordening 2015.1

1.In deze verordening wordt verstaan onder: Bijstand : Algemene en bijzondere bijstand; Doelgroep : Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a Participatiewet; Doelgroep loonkostensubsidie : Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a Participatiewet, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben (artikel 6, eerste lid, onderdeel e Participatiewet); Grote afstand tot de arbeidsmarkt (doeltrede 3 en 4) : Deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; Individuele studietoeslag : Een toeslag voor personen, die studeren en van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn om het wettelijk minimumloon te verdienen; IOAW : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Korte afstand tot de arbeidsmarkt (doeltrede 5 en 6) : Deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; Voorziening : De re-integratie instrumenten die het college kan inzetten en waarvan de inzet noodzakelijk wordt geacht om de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie te bevorderen; Vermogen : Waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of dienst gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (artikel 34 Participatiewet), met uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid Participatiewet. 2.Alle niet nader omschreven begrippen in deze verordening worden gebruikt zoals zij zijn gedefinieerd in de Algemene wet bestuursrecht, Participatiewet of overige in deze verordening aangehaalde wetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel