Marktgeld
Het marktgeld als bedoeld in artikel 6, lid 1 is
verschuldigd bij de aanvang van het
belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop
van het belastingtijdvak aanvangt,
bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak aanvangt, is het in het eerste
lid, sub a van dit artikel bedoelde marktgeld verschuldigd
over zoveel twaalfde gedeelten
als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de
belastingplicht, nog volle
kalendermaanden.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in dit
artikel, eerste lid, sub a bedoelde marktgeld ontheffing
verleend over zoveel twaalfde
gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het
eindigen van de belastingplicht nog volle
kalendermaanden overblijven.
Standplaatsgeld
Het standplaatsgeld als bedoeld in artikel 6, lid 2 t/m 7,
is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of,
indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak aanvangt, is het in het tweede
lid, sub a van dit artikel bedoelde standplaatsgeld
verschuldigd over zoveel twaalfde
gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de
aanvang van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in dit
artikel, eerste lid, sub a bedoelde standplaatsgeld
ontheffing verleend over zoveel twaalfde
gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het
eindigen van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
overblijven.
Artikel 8
Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2016