**1..** De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag
waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening
van voorheffingen en al opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn
mening rechtvaardigt.
**2..** De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt
vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel
na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan kan:
voor de toeristenbelasting geschieden op grond van 80% van het
gemiddelde dat voortvloeit uit de gegevens die hebben gediend
ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag over elk
van de twee voorafgaande jaren;
Bij de bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag op
grond van het bepaalde in het vorige lid kan op benaderende
wijze rekening worden gehouden met wijzigingen in de wettelijke
bepalingen betreffende de heffing van de gemeentelijke
belastingen alsmede met andere wijzigingen die voor de heffing
van de gemeentelijke belastingen van belang kunnen zijn. Ingeval
de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de aanslag
vermoedelijk lager zal worden vastgesteld dan het op voet van de
vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag
gesteld op dit lagere bedrag.
Artikel 4.
Voorlopig aanslag
Onderdeel van Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen gemeente Berkelland 2016