**1..** De hoogte van het persoonsgebonden budget dan wel de financiële tegemoetkoming voor een roerende woonvoorziening wordt vastgesteld aan de hand van het bedrag van de door het college geaccepteerde offerte van de door de gemeente Rozendaal gecontracteerde leverancier.
**2..** De hoogte van het persoonsgebonden budget dan wel de financiële tegemoetkoming voor onderhoud, keuring en reparatie van door de gemeente Rozendaal, in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning of de daaraan voorafgaande verordeningen, verstrekte liftsystemen en elektrische apparatuur wordt vastgesteld op het bedrag:
**a).** van de werkelijk gemaakte kosten van reparatie van de liftsystemen;
**b).** van de bedragen voor keuring en onderhoud van de in de aanhef genoemde liftsystemen;
**c).** van de werkelijk gemaakte kosten van reparatie van spoelföhn installaties en elektrische deuropeners (bij deuropeners maximaal 2 keer per jaar).
**3..** De hoogte van het persoonsgebonden budget dan wel de financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting voor het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte of het langer moeten aanhouden van te verlaten woonruimte, wordt bepaald op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met als maximum de geldende maximale maandhuur om in aanmerking te komen voor huurtoeslag.
**4..** In afwijking van het gestelde in het vorige lid bedraagt de hoogte van het persoonsgebonden budget dan wel de financiële tegemoetkoming, in de kosten van tijdelijke huisvesting voor tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte of het langer moeten aanhouden van te verlaten niet-zelfstandige woonruimte, de werkelijke huurlasten met een maximum van € 230,- per maand.
**5..** Een persoonsgebonden budget dan wel een financiële tegemoetkoming in de kosten van woningsanering wordt alleen verstrekt in gevallen waarin de te vervangen stoffering nog niet is afgeschreven.
a.Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget dan wel de financiële tegemoetkoming als bedoeld onder b wordt, op basis van een afschrijvingstermijn van 8 jaar, rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode. Op basis van deze afschrijvingstermijn bedraagt de hoogte van het persoonsgebonden budget dan wel de tegemoetkoming een percentage van de onder b. genoemde normbedragen, afhankelijk van de afschrijvingsperiode. De afschrijvingspercentages zijn:
**·.** 100% indien het te vervangen artikel nieuwer is dan 2 jaar;
**·.** 75% indien het te vervangen artikel tussen de twee en vier jaar oud is;
**·.** 50% indien het te vervangen artikel tussen de vier en zes jaar oud is;
**·.** 25% indien het te vervangen artikel tussen de zes en acht jaar oud is.
b.Als normbedragen worden gehanteerd € 53,- per strekkende meter voor zeil of linoleum (uitgaande van een gemiddelde lengte van een rol van 4 meter), inclusief egalisatiekosten en € 15,- per meter voor rolgordijnen of een ander soort gladde gordijnen.
b.Hoofdstuk 5 Rolstoelen
b.Artikel 14 Vaststelling en verantwoording persoonsgebonden budget voor
b.rolstoelvoorzieningen
Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel bedraagt ten hoogste de aan de gemeentelijke leverancier verschuldigde prijs voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, over een periode van zeven jaar, voor zover het een voorziening uit het kernassortiment van de gemeentelijke leverancier betreft, dan wel een voorziening die is vermeld in het prijzenboek van de gemeentelijke leverancier.
Het persoonsgebonden budget voor een type rolstoel dat buiten het kernassortiment van de gemeente Rozendaal valt, bestaat uit twee componenten:
een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening;
een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 25% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening kan bedragen.
Het college stelt de hoogte van het persoonsgebonden budget vast op basis van tenminste twee offertes van twee leveranciers, waarvan er minimaal één is opgevraagd door het college, en één door de aanvrager.
Uitbetaling van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het tweede lid vindt plaats na goedkeuring van de in het derde lid bedoelde offerte, onverminderd hetgeen elders in dit Besluit en in de Beleidsregels ter zake is geregeld
Na afloop van de in artikel 12 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning genoemde termijn dient door de budgethouder verantwoording te worden afgelegd van de besteding van het beschikbaar gestelde persoonsgebonden budget aan de hand van het door het college vastgestelde formulier. Van de verrichte betalingen dienen de nota’s, facturen en de bewijzen van de betalingen te worden overgelegd.
Nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van het budget wordt het bedrag van het persoonsgebonden budget definitief vastgesteld. Als sprake is van een onderbesteding van het persoonsgebonden budget, of de besteding ervan niet in overeenstemming met het aangegeven doel is geweest, dan wel sprake is van het niet nakomen van de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden kan, indien van toepassing, door het college worden overgegaan tot herziening en terugvordering als bedoeld in artikel 12 van de verordening maatschappelijke ondersteuning.
b.Hoofdstuk 6 Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
b.Artikel 15 Vaststelling en verantwoording persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen.
Het persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een vervoersvoorziening bedraagt ten hoogste de aan de gemeentelijke leverancier verschuldigde prijs van de goedkoopst-compenserende voorziening, over een periode van zeven jaar, inclusief onderhoud en reparatie.
Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen buiten het kernassortiment en het prijzenboek van de gemeentelijke leverancier bestaat uit twee componenten:
een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening;
een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 25% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening kan bedragen.
Het college stelt de hoogte van het persoonsgebonden budget vast op basis van tenminste twee offertes van twee leveranciers, waarvan er minimaal één is opgevraagd door het college, en één door de aanvrager.
Uitbetaling van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het tweede lid vindt plaats na goedkeuring van de in het derde lid bedoelde offerte.
Na afloop van de in artikel 12 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning genoemde termijn dient door de budgethouder verantwoording te worden afgelegd over de besteding van het beschikbaar gestelde persoonsgebonden budget aan de hand van het door het college vastgestelde formulier. Van de verrichte betalingen dienen de nota’s, facturen en de bewijzen van de betalingen te worden overgelegd.
Nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van het budget wordt het bedrag van het persoonsgebonden budget definitief vastgesteld. Als sprake is van een onderbesteding van het persoonsgebonden budget, of de besteding ervan niet in overeenstemming met het aangegeven doel is geweest, dan wel sprake is van het niet nakomen van de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden kan, indien van toepassing, door het college worden overgegaan tot herziening en terugvordering als bedoeld in artikel 12 van de verordening maatschappelijke ondersteuning.
b.Artikel 16 Financiële tegemoetkomingen voor gebruik vervoersvoorzieningen
Voor gebruik van vervoersvoorzieningen kunnen worden verstrekt:
een forfaitaire tegemoetkoming voor gebruik van eigen auto van € 300,- per jaar voor alleenstaanden;
een forfaitaire tegemoetkoming voor gebruik van eigen auto van € 225,- per persoon voor gehuwden, mits beide echtgenoten geïndiceerd zijn.
Uitbetaling van de in lid 1 bedoelde tegemoetkomingen vindt 2 x per jaar plaats.
b.Hoofdstuk 7 Voorzieningen voor deelname aan recreatieve en maatschappelijke activiteiten
b.Artikel 17 Sportvoorzieningen
1.Een persoon als bedoeld in artikel 1.2.1. onder a, van de wet kan voor een sportvoorziening in aanmerking worden gebracht:
indien aantoonbare beperkingen het sporten zonder sportvoorziening binnen de eigen woon- en leefomgeving onmogelijk maken en;
indien de in aanhef bedoelde persoon lid is van een sportvereniging waar de sport, waarvoor de voorziening wordt aangevraagd, wordt beoefend.
2.Een sportvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gemaximeerd persoonsgebonden budget, dan wel financiële tegemoetkoming, bestaande uit:
een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening;
een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 10% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening omvat.
De in het tweede lid bedoeld persoonsgebonden budget bedraagt in totaal maximaal € 2.500,- en is bedoeld voor aanschaf, onderhoud, reparatie en verzekering van een sportvoorziening over een periode van 3 jaar.
Verstrekking van een persoonsgebonden budget of van een financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening vindt plaats nadat een kopie van een geldig bewijs van lidmaatschap van een sportvereniging als bedoeld in lid 1, onder b. is overgelegd aan het college.
Na afloop van de in artikel 12 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning genoemde termijn dient door de aanvrager verantwoording te worden afgelegd van de besteding van het beschikbaar gestelde persoonsgebonden budget, dan wel tegemoetkoming aan de hand van het door het college vastgestelde formulier. Van de verrichte betalingen dienen de nota’s, facturen en de bewijzen van de betalingen te worden overgelegd.
Nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van het budget wordt het bedrag van het persoonsgebonden budget definitief vastgesteld. Als sprake is van een onderbesteding van het persoonsgebonden budget, of de besteding ervan niet in overeenstemming met het aangegeven doel is geweest, dan wel sprake is van het niet nakomen van de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden kan, indien van toepassing, door het college worden overgegaan tot herziening en terugvordering als bedoeld in artikel 12 van de verordening maatschappelijke ondersteuning.
b.Hoofdstuk 8 Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen
b.Artikel 18 Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen
Het prijspeil van maatwerkvoorzieningen in natura wordt bepaald door afspraken in de contracten met de leveranciers.
De eigen bijdrage bij de verstrekking van maatwerk voorzieningen is gelijk aan de maximale bedragen zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015, Stb. 2014, nr. 420, en volgt de jaarlijkse aanpassing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De rekenprijs voor het vaststellen van de eigen bijdrage voor maatwerkvoorziening voor zorg in natura bedraagt (zie tabel 2):
Tabel 2 hoogte rekenprijzen voor eigen bijdrage CAK gemeente Rozendaal 2016
NZA code
CAK-code 2016
Product
Rekenprijs ZIN Uurtarief
Referentie Rekenprijs PGB
Dagelijkse Ondersteuning
01A04
Ongekwalificeerd
€ 12,00
€ 12,00
7
HH1
€ 21,85
€ 15,00
01A05
Dagelijkse ondersteuning
€ 23,65
€ 20,00
Persoonlijke verzorging
01A04
Ongekwalificeerd
€ 12,00
€ 12,00
H126
400
Persoonlijke verzorging
€ 33,38
€ 28,00
H127
401
Persoonlijke verzorging extra
€ 33,38
€ 28,00
Begeleiding (BG) per uur
01A04
Ongekwalificeerd
€ 12,00
€ 12,00
H300
403
Begeleiding
€ 32,00
€ 27,00
H150
404
Begeleiding extra
€ 32,00
€ 27,00
H152
405
Begeleiding speciaal 1 (nah)
€ 32,00
€ 27,00
H153
406
Gespecialiseerde begeleiding (psy)
€ 32,00
€ 27,00
H301
407
Begeleiding ZG visueel
€ 32,00
€ 27,00
H303
408
Begeleiding ZG auditief
€ 32,00
€ 27,00
H302
409
Begeleiding speciaal 2 (visueel)
€ 32,00
€ 27,00
H304
410
Begeleiding speciaal 2 (auditief)
€ 32,00
€ 27,00
Begeleiding (BG) per dagdeel
01A04
Ongekwalificeerd
€ 12,00
€ 12,00
H531
411
Dagactiviteit (begeleiding) basis
€ 27,00
€ 22,50
H800
412
Module cliëntkenmerk
(som-ondersteunend)
€ 27,00
€ 22,50
H533
413
Module cliëntkenmerk (pg)
€ 27,00
€ 22,50
H811
414
Dagactiviteit (begeleiding) VG licht
€ 27,00
€ 22,50
H812
415
Dagactiviteit (begeleiding) VG midden
€ 27,00
€ 22,50
H813
416
Dagactiviteit (begeleiding) VG zwaar
€ 27,00
€ 22,50
H831
417
Dagactiviteit (begeleiding) LG licht
€ 27,00
€ 22,50
H832
418
Dagactiviteit (begeleiding) LG midden
€ 27,00
€ 22,50
H833
419
Dagactiviteit (begeleiding) LG zwaar
€ 27,00
€ 22,50
H871
423
Dagactiviteit (begeleiding) ZG visueel licht
€ 27,00
€ 22,50
H873
425
Dagactiviteit (begeleiding) ZG visueel zwaar
€ 27,00
€ 22,50
F125
426
Dagactiviteit (begeleiding) GGZ-LZA
€ 8,25
€ 7,00
Respijtzorg logeren
€ 27,00
€ 22,50
Vervoer
NTB
De rekenprijs voor het vaststellen van de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening PGB bedraagt per periode van vier weken:
In geval van een PGB voor niet formeel gekwalificeerde dienstverlening: 1/13 x het PGB-budget.
In geval van een PGB voor beroepsgekwalificeerde dienstverlening: 1/13 x het aantal uren dienstverlening waarvoor het PGB-budget beschikbaar wordt gesteld, vermenigvuldigd met 85% de rekenprijs van het referentietarief voor de gekwalificeerde dienstverlening in natura, waarvoor het PGB wordt verstrekt.
In afwijking van het gestelde in artikel 8.1.b van de Verordening maatschappelijke ondersteuning wordt geen eigen bijdrage gevraagd bij:
verstrekking van een tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten zoals bedoeld in artikel 12 lid 2 van dit Besluit;
verstrekking van een financiële tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 6.4 van de verordening maatschappelijke ondersteuning en nader omschreven in regel 17 van de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.
In afwijking van het gestelde in het tweede lid, blijft artikel 4.1. lid 5 van het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning (Stb.2006 nr. 450), zoals dat luidde tot 9 november 2013, van toepassing op in eigendom verschafte roerende zaken en op bouwkundige of woontechnische aanpassingen van woningen, die in eigendom zijn van de aanvrager en die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit zijn verstrekt in het kader van de verordening of de daaraan voorgaande verordeningen in het kader van de wet.
b.Hoofdstuk 9 Overgangsbepaling persoonsgebonden budget
b.Artikel 19 Overgangsbepaling
Voor de doorlopende indicaties op basis van de Wmo 2007 blijven de voorwaarden op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013 en het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Rozendaal 2014 van toepassing, totdat een nieuwe indicatie is gesteld.
Voor zover een persoonsgebonden budget is toegekend vóór de datum van inwerkingtreding van dit Besluit, wordt bij de verantwoording van dat persoonsgebonden budget, toegekend over de jaren 2013 en 2014, uitgegaan van de in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2014 opgenomen voorwaarden en bepalingen, dan wel de bepalingen en voorwaarden die door middel van een beschikking of anderszins schriftelijk aan de budgethouder kenbaar zijn gemaakt.
Voor de doorlopende indicaties op basis van de AWBZ en de voorlopers van de Jeugdwet is het overgangsrecht van toepassing tot en met 31 december 2015.
b.Artikel 20 Slotbepalingen
Het Besluit maatschappelijke voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2014 wordt ingetrokken.
Dit besluit, alsmede de intrekking van het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2014 treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2016.
Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2016.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Overige tegemoetkomingen
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2016