Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 29.

Artikel 29.

Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening Wethouders 2011

Dit artikel is uitsluitend van toepassing op pensioenberekeningen over diensttijd tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De nabestaande die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt en geen recht heeft op pensioen of tijdelijke uitkering ingevolge de nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet heeft tot de eerste dag van de maand waarin hij die leeftijd bereikt recht op een toeslag op zijn volgens artikel 28 berekende pensioen. Deze toeslag bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het nabestaandenpensioen tellend jaar twee en een half procent van het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet vermeerderd met de daarover berekende vakantie-uitkering ingevolge die wet. Wanneer betrokkene voldoet, onderscheidenlijk niet meer voldoet, aan de voorwaarden omschreven in het tweede lid, dient hij hiervan onverwijld kennis te geven aan burgemeester en wethouders. De daar bedoelde toeslag gaat niet eerder in dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin kennisgeving werd gedaan of waarin die toeslag ambtshalve is toegekend. Wanneer het bedrag van de nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet vermeerderd met de daarvoor berekende vakantie-uitkering ingevolge die wet wordt gewijzigd met ingang van dezelfde dag als eerstbedoelde wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel