Naar hoofdinhoud

AFDELING I

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening Wethouders 2011

De uitkering bedoeld in artikel 2 bedraagt gedurende het eerste jaar 80% en vervolgens 70% van de laatstelijk als wethouder genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. De uitkering, bedoeld in artikel 3, lid 1, bedraagt 70% van de laatstelijk als wethouder genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en de eindejaars-uitkering. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "laatstelijk genoten" verstaan: waarop aanspraak bestond of bij uitoefening van het ambt zou hebben bestaan op de dag, voorafgaande aan die, waarop belanghebbende heeft opgehouden wethouder te zijn. Indien bij algemene maatregel van bestuur in de bezoldiging van het rijkspersoneel een wijziging wordt aangebracht, wordt de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde laatstelijk genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en de einde-jaarsuitkering, voor de toepassing van die leden met ingang van het tijdstip van ingang van de bezoldigingswijziging overeenkomstig die wijziging aangepast. Voortzetting van de uitkering bij invaliditeit

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel