In afwijking van artikel 41 zoals dat artikel ingevolge de Zesde wijziging is komen te luiden, blijft ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde personen van toepassing artikel 41 zoals dat luidde op de dag vóór 13 juli 1988.
De in het eerste lid bedoelde personen zijn:
degenen die vóór 1 januari 1986 recht op eigen pensioen hebben verkregen dan wel de leeftijd van zestig jaar hebben bereikt;
nabestaande en wezen die recht op pensioen hebben ontleend aan het overlijden van een persoon die voldeed aan een voorwaarde gesteld onder a, dan wel recht op dat pensioen hebben verkregen vóór 1 januari 1986.
Ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde personen wordt niet onder pensioen begrepen de toeslag bedoeld in de artikelen 36 of 37.
Overgangsbepaling ten aanzien van artikel 45 (artikel 35 oud)
(overgangsbepaling bij de Zesde wijziging).