Overgangsbepaling ten aanzien van fictieve diensttijd
(overgangsbepaling bij de achtste wijziging).
Ten aanzien van degenen die ingevolge deze verordening recht op nabestaanden- of wezenpensioen hebben verkregen voor 1 januari 1995, wordt de tijd waarnaar het pensioen is of geacht wordt te zijn berekend en die niet daadwerkelijk als wethouder is doorgebracht, voorzover nodig mede begrepen onder tijd gelegen voor die datum.