Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2016

1.. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3.. Een commissielid houdt op lid te zijn, indien de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd, dit schriftelijk aan de raad meedeelt. 4.. De raad kan de voorzitter, zijn plaatsvervanger en een commissielid, niet zijnde raadslid ontslaan. 5. Een commissielid, de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel