In het kader van de deregulering is de vergunningplicht vervangen door een meldingplicht. Dit betekent dat er geen voorwerpen op of aan openbare plaatsen mogen worden geplaatst, tenzij hiertoe, minimaal vier weken van te voren, melding is gedaan aan het college. Het tweede lid van dit artikel geeft aan dat het college het beoogde gebruik kan verbieden indien een aantal zaken, genoemd in dit artikel, zich voordoen. De verplichting tot betalen van precario voor het gebruik van de openbare grond blijft gelden.
Wabo
Het gebruik van de weg anders dan overeenkomstig de publieke functie, als bedoeld in dit artikel, kan onder de Wabo vallen, namelijk wanneer dit gebruik bestaat uit de opslag van roerende zaken. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn als op of aan de openbare plaats een container wordt geplaatst voor de tijdelijke opslag van puin of bouwmaterialen tijdens een verbouwing. In andere gevallen zal het niet altijd op het eerste gezicht duidelijk zijn of het gaat om opslag van roerende zaken als bedoeld in de Wabo. Het onderscheidend criterium is dat het plaatsen van zaken op een openbare plaats bij opslag een tijdelijk karakter heeft: het is de bedoeling dat de opgeslagen zaken ooit ergens anders een al dan niet definitieve bestemming krijgen en aldaar een functie gaan vervullen. Als dat aan de orde is valt die activiteit onder artikel 2.2, eerste lid onder j of onder k van de Wabo. Daarom is het vierde lid ingevoegd, waarin staat dat het bevoegd gezag (ingevolge de definitie in artikel 1 is dat dus het bestuursorgaan als bedoeld in de Wabo) in een dergelijk geval een omgevingsvergunning verleent.
Hoofdstuk
Artikel 2:10