**1..** Het is verboden op een openbare plaats:
**a..** te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
**b..** zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent.
**2..** De burgemeester kan delen van openbare plaatsen aanwijzen waar het op door hem te bepalen tijdstippen verboden is zich op te houden of te verblijven.
** 3. .** Het is verboden op of aan de weg in een voertuig of een tijdelijk onderkomen te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden.
** 4. .** Het is verboden op of aan openbaar water een vaartuig voor anker te laten liggen dan wel daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden.
** 5. .** Het college kan gebieden en tijdstippen aanwijzen waar respectievelijk waarop het verbod, bedoeld in het derde en vierde lid, niet van toepassing is en kan voor het verblijven in die gebieden:
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;
beperkingen stellen naar soort en aantal voer- of vaartuigen en de maximale verblijfsduur en tijden.
**6..** Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 11
Artikel 2:47