Naar hoofdinhoud
1.. Richtlijn is dat kabels en leidingen volgens een standaard vaste diepte worden aangelegd volgens standaardprofiel Kaag en Braassem (zie bijlagen 9.01 en 9.02). Indien de kabels en leidingen niet volgens deze aangegeven diepte volgens het standaarprofiel Kaag en Braassem (kunnen) worden gelegd, dient de beheerder of aanbieder terstond contact op te nemen met de gemeente voor de keuze van de te volgen diepte en/of tracé. 2.. Voor aanleg kabels en leidingen geldt een minimale gronddekking van 50 cm. Voor transport kabels en leidingen geldt minimaal 80 cm gronddekking. 3.. Uitgangspunten bij verticale ligging: distributieleidingen liggen niet dieper dan transportleidingen; vrijverval leidingen hebben voorrang boven drukleidingen; bij kruisingen van leidingen met andere leidingen bedraagt de tussenruimte (verticale dagmaat) ten minste 0,20 m; de ruimte onder de 0.80 cm beneden het (toekomstige) maaiveld moet worden vrijgehouden voor de huisaansluiting van het riool.

Rechtspraak bij dit artikel