**1..** De beheerder of aanbieder is bij het initiëren van de werkzaamheden verplicht om andere telecom- en nutsbedrijven te informeren over voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast is hij ook verantwoordelijk voor het eventueel afstemmen met andere telecom- en nutsbedrijven in het inzichtelijk maken van ondergrondse belangen van derden incl. kruisingen binnen het beoogde tracé(s).
**2..** De beheerder of aanbieder is door de gemeente verplicht dwars/diepte proefsleuven te maken voor het vaststellen en eventuele belemmerde liggingen in kaart te brengen voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve tracé. Deze aan te leveren door middel van foto’s en dwars/diepte profieltekeningen.
**3..** Voor het graven van proefsleuven geldt de meldingsprocedure voor werkzaamheden van niet-ingrijpende aard.
**4..** De aanbieder, beheerder of uitvoerder dient vóór de indiening van de aanvraag/melding een of meer proefsleuven in het voorgenomen tracé te graven. Indien blijkt dat het bestaande kabel/leidingbed te weinig ruimte biedt, dient het kabel/leidingbed gereguleerd te worden. Zo nodig kan in overleg met en na goedkeuring door de gemeente een ander tracé worden gekozen.
**5..** Indien instemmingbesluit of vergunning wordt gevraagd voor een tracé door een weg waarvan de verharding niet langer dan vijf jaar geleden is vernieuwd of aangelegd, zal in vooroverleg tussen de beheerder of aanbieder en de gemeente worden onderzocht of een alternatief tracé mogelijk is, waarover partijen het eens kunnen worden. Indien geen alternatief tracé kan worden gevonden of indien de beheerder of aanbieder het alternatieve tracé afwijst, wordt voor wat betreft het herstel van de bestrating verwezen naar de bepalingen inzake schade vergoeding zoals vermeld in paragraaf 7.2 zevende lid.
**6..** Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de gemeente een ander tracé te kiezen dan is aangegeven in de vergunning of het instemmingsbesluit.
**7..** Indien een tracé zich leent voor medegebruik dient de kabel in dezelfde kabelsleuf, gestapeld en gebundeld, te worden gelegd.
**8..** Het tracé mag, tenzij schriftelijk andere afspraken zijn gemaakt met de gemeente, bij tweezijdig bereikbaarheid maximaal 80 meter en eenzijdig bereikbaarheid maximaal 40 meter, 1 kruispunt of aansluiting van een zijstraat ontdaan zijn van verharding. Dit geldt ook als met meerdere ploegen wordt gewerkt.
**9..** Kabels en leidingen van de beheerder of aanbieder die door de vergunning of instemmingsbesluit plichtige werk blijvend buiten gebruik zijn gesteld dan wel kabels en leidingen die de afgelopen tien jaar geen dienst hebben gedaan/niet in gebruik zijn genomen, dienen te worden verwijderd.
**10..** De aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen geschiedt op zodanige wijze dat zo min mogelijk hinder wordt veroorzaakt ten aanzien van reeds in de grond aanwezige werken en mag de instandhouding daarvan niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken;
**11..** Indien kabels en leidingen onder een overbouwing worden gesitueerd, dan dient de hoogte van de overbouwing ten opzichte van het ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil minimaal 2,50 m te bedragen, in verband met de benodigde werkruimte voor mechanisch en ander materieel.
**12..** Koppelbalken t.b.v. funderingen mogen alleen worden gekruist als de afstand tussen de bovenkant van de koppelbalken en het maaiveld ten minste 2.00 m bedraagt en de te overbruggen ruimte tussen de koppelbalken is voorzien van een gewapende betonplaat waarboven de leidingen een veilige ligging verkrijgen.
**13..** Indien kabels en leidingen boven een onderbouwing worden gesitueerd, dan dient de diepte van de onderbouwing ten opzichte van het ter plaatse vastgestelde maaiveld ten minste 2,00 m te bedragen, in verband met benodigde gronddekking voor kabels en leidingen.
**14..** Tijdelijk aan te brengen voorzieningen in de openbare ruimte zoals damwanden, heipalen, etc. dienen na voltooiing van de werkzaamheden te worden verwijderd. De gemeente dient zowel bij plaatsing als verwijdering in kennis te worden gesteld. Mocht dit om welke reden dan ook niet mogelijk zijn, dan kan door de gemeente besloten worden deze voorzieningen tot een nader te bepalen maat onder het maaiveld te verwijderen. In de regel is deze maat minimaal 2,50 m.
**15..** Er worden geen bovengrondse obstakels van telecom of nutsbedrijven boven kabels en leidingen geplaatst. Indien geen andere oplossing mogelijk is, dan kan in overleg en na goedkeuring van de gemeente en de betreffende telecom- of nutspartij(en) alsnog tot plaatsing boven kabels en leidingen worden overgegaan.
**16..** Huisaansluitingen worden zo veel mogelijk haaks op het distributienet aangelegd om geen beslag te leggen op de ruimte voor distributieleidingen.
**17..** Doorpersingen en gestuurde boringen moeten haaks worden uitgevoerd mits anders is overeengekomen met de gemeente.
**18..** Bij kruisingen van wegen, onder gesloten verharding, bruggen en op andere daarvoor in aanmerking komende plaatsen, zulks ter beoordeling van de gemeente in overleg met de aanbieder, beheerder en/of uitvoerder doorpersingen of boringen te realiseren.
**19..** Indien kabels of leidingen die onder de weg zijn gelegen hun functie verliezen, dient de beheerder of aanbieder de gemeente hiervan meteen in kennis te stellen.
**20..** Binnen drie maanden na voltooiing van het werk dient de aanbieder aan de gemeente de betreffende revisietekeningen te verstrekken.
**21..** Eventuele bij deze oplevering geconstateerde tekortkomingen moeten terstond worden hersteld.
**22..** De uitkomsten van de tijdens de naschouw verrichte controle van het straatwerk worden schriftelijk vastgelegd. Tevens dient tijdens de naschouw de beheerder of aanbieder of, indien deze de uitvoerder daartoe heeft gemachtigd, deze uitvoerder de relevante gegevens voor de berekening van de in de VNG-Richtlijn (zie paragraaf 7.2 ) bedoelde uitvoeringskosten voor akkoord te tekenen, aangezien deze uitvoeringskosten op hun beurt de basis vormen voor de berekening van de door de gemeente aan de aanbieder en beheerder in rekening te brengen beheer- en, indien van toepassing, degeneratiekosten. Indien is vastgesteld dat het straatwerk voldoet aan de gestelde eisen neemt de hierna genoemde garantieperiode een aanvang. Voor de beheerder geldt dat aangezien de relevante gegevens voor de berekening van de in de VNG-richtlijn (zie paragraaf 7.2) marktconform zijn, de gemeente in de geest van deze VNG-Richtlijnen, dezelfde berekening, tarieven en garantie aanhoudt.
**23..** Na het herstraten kan de gemeente gedurende een onderhoudstermijn van 12 maanden een beroep doen op de garantie conform de RAW garantiebepalingen overeenkomstige het gestelde in artikel 6 van de VNG-Richtlijn (zie paragraaf 7.2). Voor de beheerder houdt de gemeente in de geest van deze richtlijn, dezelfde richtlijnen en een garantie- termijn van 12 maanden aan.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2