**1..** Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden. De op dit gebied van kracht zijnde voorschriften moeten op het werk beschikbaar zijn.
**2..** Het personeel dat bij de werkzaamheden is betrokken moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de op de bouwplaats geldende wetten en regels ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden. Leidinggevend personeel van de uitvoerende partij en de aanbieder en beheerder moeten erop toezien dat de van toepassing zijnde voorschriften worden nageleefd.
**3..** Voor de aanvang van de werkzaamheden moet een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G plan) zijn opgesteld door de beheerder of aanbieder en aan de gemeente zijn overhandigd. In dit plan moet minimaal het volgende zijn opgenomen:
de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften;
milieuvoorschriften;
de wijze waarop de instructie en voorlichting van het personeel wordt geregeld;
de wijze waarop het toezicht is geregeld;
de wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen respectievelijk beheerst;
een risico-inventarisatie en- evaluatie met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden;
de wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen wordt geregeld.
**4..** Het personeel dat bij de werkzaamheden is betrokken, moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de op de bouwplaats geldende V&G plan. Leidinggevend personeel van de uitvoerende partij moeten erop toezien dat het gestelde in het plan stipt wordt nageleefd.
**5..** De toezichthouder controleert vanuit de publieke taakstelling van de gemeente of het werk veilig wordt uitgevoerd en is bevoegd om, bij onveilige situaties, correctieve maatregelen te af te dwingen.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.4